Wat groeit er langs de Vaart?

Veenwortel (Persicaria amphibia) is een plant uit de duizendknoopfamilie (Polygonaceae). De stengels en bladeren van de waterplant drijven op het oppervlak van stilstaand tot langzaam stromend water. Persicaria betekent perzikkruid (de bladeren lijken op die van de Perzik). De bloeiwijze is een aar met kleine bloemen dicht op elkaar. De korte aren kleuren rozerood tot -zelden- wit. Een bloem heeft vijf meeldraden. Bestuiving vindt plaats door insecten die nectar verzamelen en de bloemen bevruchten. Veenwortel is tweeslachtig. De wetenschappelijke soortnaam “amphibia” (amfibie) verwijst naar het voorkomen als zowel waterplant als landplant.

De land- en waterplantvormen gaan in elkaar over als het waterregime anders wordt. Kijk, dat is nog eens flexibel! Veenwortel is de enige plantensoort die hier voorkomt die zowel een watervorm als een landvorm heeft. Hij gedijt goed in beide milieus. In plassen die door zand- en kleiwinning zijn ontstaan vind je hem ook. Vind je de soort in heidevennen, dan is dit een aanwijzing dat het water karbonaathoudend is. Echt vreemd is dat – ondanks de naam – de veenwortel eigenlijk niet voorkomt op venige bodems. Nu is het veen hier natuurlijk al lang verkocht en opgestookt. Dus in de Vaart en sloten in de Smilder Venen tref je hem steeds vaker aan.

Smilder Venen is de oorspronkelijke naam van het grote gebied waar wij nu wonen. Een restant van de Smilder Venen wordt door sommigen nu abusievelijk aangeduid als Fochteloërveen. Het zal wel altijd een raadsel blijven hoe het de Friezen gelukt is om de oorspronkelijke naam van dit gebied uit ons geheugen te wissen en te vervangen door een Friese plaatsnaam ten koste van Smilde. Onachtzaamheid en lankmoedigheid (‘wat maakt het uit’) van de Smildegers zal er ongetwijfeld aan bijgedragen hebben. Natuurmonumenten weigert de naam aan te passen. Ik voelde mij door hun
halsstarrige opstelling genoodzaakt mijn lidmaatschap op te zeggen. Nu ben ik dus nog alleen lid van het Drents Landschap. Een aanrader overigens. Terug naar de veenwortel: hoe zit het met het huishoudelijk gebruik? Alleen in de Flora Batava, deel 1, Jan Kops (1800) trof ik daar informatie over aan. Naast de bijen – die er op schijnen te azen – gebruikten mensen de plant ooit om wijn te laten gisten. De wijn krijgt daardoor een ‘brambozen’ kleur. U denkt nu misschien dat ik me vertikt heb, maar nee, er staat echt bramboos, ik neem aan in plaats van framboos. Hoe de ‘b’ een ‘f’ werd zal ook wel altijd een raadsel blijven. De Friezen hebben daar echter zeer waarschijnlijk niet de hand in gehad.

Aanbevolen artikelen