Wat groeit er langs de vaart?

De gewone braam (Rubus fruticosus) staat veel langs de Vaart. Het is een struik uit de zeer uitgebreide rozenfamilie (Rosaceae). Rubus is verwant aan het Latijnse ruber (rood). Onrijpe bramen zijn namelijk rood. Fruticosus betekent heesterachtig. De cultuurbraam die u misschien in uw tuin hebt staan voor de vruchten is ontstaan uit kruisingen tussen verschillende braamsoorten.

Een twistpunt is of al deze varianten tot dezelfde soort behoren. Het probleem is dat wat je een soort noemt bij planten volkomen willekeurig is. Dat maakt indelen van planten natuurlijk erg lastig. Dat geldt niet alleen voor braam maar ook voor o.a. speenkruid en voor paardenbloemen en havikskruiden. Deskundigen schreven dat er 191 soorten bramen groeien in Nederland. Dat zijn er vast meer dan u gedacht had. Onlangs werd nog een nieuwe, vooral in Drenthe voorkomende soort beschreven, Rubus psilops. Oftewel: de kale braam. De naam is bedrieglijk, want er is wel beharing, al zijn de haren uiterst kort. Vruchten groeien alleen aan tweejarige stengels.

Bramen worden overal aangetroffen op lichtzure tot zure voedselarme grond. Maar ze doen het ook op omgewerkte voedselrijke grond. De soort prefereert een stikstofrijke bodem. En stikstofgehalte neemt toe door intensieve landbouw, veeteelt en luchtvervuiling. De bodem wordt daardoor steeds rijker. Gewone bramen profiteren hiervan en breiden zich gemakkelijk uit. Ze overwoekeren dan de struiken en kruiden van de soorten die minder goed zijn aangepast aan voedselrijkdom. Langs de Vaart staan dan ook steeds meer bramen. Van de braam worden vooral de vruchten gebruikt. Die hebben een stoppende werking door hun gehalte aan tannine. De vruchten zijn ook gebruikt als kleurstof voor wol.

Van de langzaam gedroogde en gefermenteerde bladeren kan een thee gezet worden tegen diarree. De jonge scheuten werden gebruikt als basis voor bruine verf. De vruchten worden gegeten door zoogdieren als vos, das en niet te vergeten mens. Ook wilde zwijnen – die we over niet al te lange tijd ook in Drenthe weer aan zullen treffen – eten de vruchten en wortels. Herten als de ree en het edelhert eten bladeren, twijgen en vruchten. Die zien we weinig aan de Vaart.

Vogels van verschillende pluimage doen zich te goed aan de vruchten. De nectar van de bloem is een belangrijke voedselbron voor bijen zoals groefbijen, metselbijen, zandbijen en zijdebijen. De struiken bieden nestgelegenheid aan zangvogels en aan loopvogels als fazanten en patrijzen. Ook bieden ze dekking aan kleine zoogdieren als de veldmuis en het konijn. Kortom: een plant om van te houden ondanks zijn stekels! NB De foto kunt u in hoge resolutie bekijken op www.wijzijnbovensmilde.nl.

Aanbevolen artikelen