Wat groeit er langs de vaart

Het is lente. Het is u niet ontgaan. Althans buiten. En binnen? Om verder in lentestemming te geraken een typisch lentebeeld: wilgenkatjes. En nog wel het mooiste exemplaar, met zachtgele katjes.

Hopelijk blijft de provincie er nog even van af. Wilg (Salix) is een boom uit de wilgenfamilie (Salicaceae) die zich thuis voelt in onze natte dreven. Er zijn kruipende, schietende, krullende, kronkelende en treurende wilgen. De bloeiwijze van de wilg heeft de vorm van een katje en groeit uit de zijknoppen van een eenjarige twijg. De wilgenkatjes zitten of staan, dit in tegenstelling tot de hangende katjes bij populieren.

Wilgen zijn makkelijk te vermeerderen: snij een tak met katjes af en steek de tak de grond in op een vochtige plek. Grote kans dat je een nieuwe wilg hebt geplant! Wil je de kans vergroten dat deze overleeft, , zet de tak dan een week of wat in de regenton en plant deze als er wortels verschijnen. De wilg staat bekend om zijn enorme groeikracht. Hij schiet de grond uit (al is niet iedere wilg een schietwilg, Salix alba). De wilg is een typische pionier op een vochtige bodem. Doordat de wortels de grond luchtig maken, en door de humusvorming van blad en takafval, wordt de grond geschikt voor soorten die volgen op de wilg zoals es en eik. De watermerkziekte en torsiekrachten van de wind zorgen ervoor dat een wilg meestal niet ouder wordt dan veertig tot vijftig jaar. Wilgen zijn voor insecten een belangrijke leverancier van stuifmeel. Met name diverse solitaire bijen zijn afhankelijk van bloeiende wilgen. De wilg kan op ongeveer 2 m. hoogte afgezaagd worden en dan krijg je de welbekende knotwilg. Aan de stam groeien vervolgens waterloten die we kennen als wilgentenen. Die tenen kennen veel toepassingen: in  manden, tuinschermen en vroeger wanden – dichtgesmeerd met klei, voor huizen. Ook werden wilgentenenmatten gebruikt bij de fundering van dijken. Wilgenhout wordt net als het hout van populieren gebruikt voor het maken van klompen en papier. Knotwilgen bieden door hun dichte kruin en hun vaak holle stam veel nest- en schuilgelegenheid voor vogels, marters, vleermuizen en insecten. Zij verrijken daarom vaak de fauna van een gebied. Maar knotwilgen moeten geknot worden. En dat is arbeidsintensief en dus kostbaar. Gelukkig zijn er nog vrijwilligers voor te vinden en soms is er een Waterschap of provincie die er de moeite voor over heeft. De schors van enkele soorten, zoals amandelwilg en schietwilg, bevat salicine, dat lang geleden gebruikt werd als pijnstiller. Er werd op de wilgenbast gekauwd of er werd een drank van getrokken. Salicine wordt ook gebruikt als looistof, voor het looien van leer. Bij de Germanen was de boom een symbool van de dood. Heksen zouden in de kruinen van de wilgen rusten en daarom – zeer logisch – kun je met fluitjes van wilgenhout heksen en duivels verjagen. Ik zou nog wel even door kunnen gaan, maar hang nu mijn lier aan de wilg.

Aanbevolen artikelen