Wat groeit er langs de vaart?

Velen denken misschien dat de lentetijd geen ‘zwamtijd’ is. Maar dat is onjuist. De ruitjesbovist, (Calvatia utriformis) uit het geslacht Lycoperdaceae (stuifzwammen) komt in het late voorjaar boven de grond (mei-juni). Deze stuifzwam – deze Nederlandse aanduiding behoeft zo schat ik in verder geen toelichting – heeft zijn naam te danken aan het ruitjespatroon op de nog jonge vrucht. Op de foto – genomen in het vroege voorjaar ziet u de resten van deze stuifzwam die de winter hebben overleefd. Het vruchtlichaam kan tot wel 15 cm in doorsnee zijn. Dit restant is beduidend kleiner. Je treft ze aan in grazige bermen en weilanden (niet te sterk bemest). De aanduiding Calvatia is afgeleid van het Latijnse ‘calvus’ en van ‘calvaria’ (denk aan de Calvarieberg), wat respectievelijk ‘kaal’ en ‘dak van de schedel’ betekent. Er zijn zeer spectaculaire varianten, zoals Calvatia sculpta. Ik hou als Groninger niet zo van overdrijven, maar Calvatia giganteae kan echt gigantische afmetingen aannemen. Omdat ik deze tot op heden niet langs de Vaart heb aangetroffen en foto’s ontbeer, zult u ze even moeten googelen. De soortnaam utriformis betekent “in de vorm van een baarmoeder” of (wat toch wel weer heel wat anders is) “in de vorm van een waterzak’’. Calvatia utriformis is een paddenstoelsoort die in een groot deel van de wereld voorkomt: in Europa, Azië, Japan, het oosten van de Verenigde Staten, Mexico, Zuid Afrika, Chili en Nieuw Zeeland. In jonge toestand – wit – zijn ruitjesbovisten eetbaar, hoewel niet alle gourmands en mycofagen de paddenstoel als smakelijk beschouwen. De sporenvormende massa (gleba) in de paddenstoel is in jonge toestand wit, maar verkleurt spoedig geelgroen en wordt na rijping bruin en poederachtig. Door Amerikaanse Indianen werden ruitjesbovisten als bloedstelpend middel gebruikt.

Uit archeologisch onderzoek is gebleken dat de zwammen ook in de Britse oudheid als bloedstelpend middel of voor de aanmaak van vuur werden benut. Ruitjesbovisten kunnen de elementen koper en zink tot hoge concentraties in hun vruchtlichamen ophopen – wat hen niet giftig maakt maar juist een potentiële bron van deze sporenelementen. Koper en zink zijn wel belangrijk voor mensen, maar worden slecht door de inwendige organen worden opgenomen. Dat is misschien een tegenvaller, maar vergeet nooit dat alle kleine beetjes helpen. Ik zie intussen al vol verlangen uit naar het witte vruchtlichaam in mei / juni. Pas dan weet ik zeker – eerlijk is eerlijk – dat wat op de begeleidende foto staat daadwerkelijk, zonder twijfel, zeker weten een ruitjesbovist is!

Aanbevolen artikelen